{google_analytics}

HAVENREGLEMENT

TOEPASSELIJKHEID HAVENREGLEMENT
 
Artikel 1.
Een ieder die op enigerlei wijze gebruik maakt van voorzieningen die de Stichting Aanloophaven Vlieland (SAV) biedt, is onderworpen aan de bepalingen bij dit reglement vastgesteld en de aanwijzingen door de havenmeester of het bestuur gegeven; niemand kan de toepasselijkheid daarvan te zijnen opzichte op enigerlei wijze uitsluiten.
 
DEFINITIES

Artikel 2.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1. de aanloophaven: het bij SAV in exploitatie zijnde wateroppervlak, de daaraan grenzende taluds, terreinen, steigers, parkeerterreinen, wegen, paden, bebouwing, constructies en afrastering;
2. de stichting; Stichting Aanloophaven Vlieland (SAV)
3. het bestuur: het bestuur van de Stichting Aanloophaven Vlieland;
4. havenmeester: de door en onder verantwoordelijkheid van het bestuur aangewezen persoon/personen, belast met de regeling van en de controle op de dagelijkse gang van zaken in de jachthaven.
5. passanten; Een ieder die, anders dan als vaste ligplaatshouder, met een vaartuig de jachthaven bezoekt.
6. beroepsvaart passanten; Een ieder die, anders dan als beroepsvaart vaste ligplaats, met een vaartuig de jachthaven bezoekt.
7. beroepsvaart vaste ligplaats; Een ieder welke bedrijfsmatig gevestigd is in de gemeente Vlieland (zoals ingeschreven bij de KvK) een nautische commerciële activiteit verricht en een vaste ligplaatshouder is.
8. vaste ligplaatshouder; Een ieder die lid is van de watersportvereniging Vlielandia en waarvan het vaartuig in volledig eigendom is van de vaste ligplaatshouder. De vaste ligplaatshouder is minimaal 6 maanden overeenkomstig de huisvestigingsverordering van de gemeente Vlieland, woonachtig op Vlieland.
 
HAVENMEESTER

 
Artikel 3.
1. De havenmeester is belast met het dagelijks havenbeheer en de uitvoering van het havenreglement en is hiervoor verantwoording verschuldigd aan het bestuur.
2. Een ieder die zich in de jachthaven bevindt dient de aanwijzingen van de havenmeester op te volgen.
3. Daar waar het reglement niet in voorziet en het betreft een operationele activiteit, kan de havenmeester zelfstandig beslissingen nemen.
 
AANSPRAKELIJKHEID
 
Artikel 4.
1. Het gebruik van de voorzieningen die SAV biedt, geschiedt op eigen risico.
SAV is mitsdien niet aansprakelijk voor schade, hoe ook genaamd, die dientengevolge of door welke andere oorzaak dan ook, mocht ontstaan.
De gebruiker van dergelijke voorzieningen, vrijwaart de SAV voor alle aansprakelijkheid, hoe ook genaamd, die hij of derden in verband daarmee mochten kunnen doen gelden.
2. Het in lid 1 bepaalde is van overeenkomstige toepassing, indien door of vanwege het bestuur, in het kader van het havenbeheer, een vaartuig wordt betreden, verhaald of anderszins beroerd en dientengevolge aan dat vaartuig, jegens derden of anderszins schade mocht ontstaan.
3.  Indien een vaartuig in verband met overtreding van dit reglement, overeenkomstig dit reglement door of vanwege het bestuur wordt verhaald, verwijderd of elders gestald, zijn de daaraan verbonden kosten voor rekening van de betreffende eigenaar of houder.
4. Het in lid 3 bepaalde is van overeenkomstige toepassing indien door of vanwege het bestuur, maatregelen worden genomen om schade aan vaartuigen te voorkomen of te beperken, ongeacht of deze maatregelen naar het oordeel van de betrokken eigenaar of houder redelijkerwijs noodzakelijk waren.
5. Bij overtredingen van het havenreglement die schade veroorzaken aan de jachthaven en/of het milieu, wordt de schade voor zover als naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk, hersteld op kosten van de overtreder; eventuele boetes bij milieuverontreinigingen worden verhaald op de veroorzaker van de verontreiniging
6. De SAV is niet aansprakelijk voor schade, toegebracht aan personen of goederen, van welke aard of door welke oorzaak ook, of voor verlies of diefstal van enig goed, tenzij een en ander het gevolg is van een aan hem en/of de zijnen toerekenbare tekortkoming.
7. Indien een vaartuig aan meerdere personen toebehoort, zijn zij gehouden om één van hen aan te wijzen die geacht wordt hen te vertegenwoordigen; niettemin is elk der mede-eigenaren jegens de stichting hoofdelijk verbonden voor al hetgeen de vereniging in verband met dat vaartuig of de ligplaats daarvan, te vorderen mocht hebben. Deze aansprakelijkheid vervalt indien men niet langer mede-eigenaar is en dit per aangetekend schrijven aan het bestuur kenbaar is gemaakt.
8. Beroep op verrekening (schuldvergelijking) jegens de SAV is uitgesloten.
9. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten door de SAV gemaakt ter incasso of tot behoud van rechten, zijn ten laste van de schuldenaar.
10. Iedere vordering die niet binnen de daartoe gestelde termijn is voldaan, draagt de wettelijke rente vanaf het verloop van die termijn.
 
ALGEMENE VERPLICHTINGEN
 
Artikel 5.
1. Een ieder is gehouden zorg te dragen dat zijn vaartuig deugdelijk is afgemeerd, zodanig dat het vrij blijft van andere vaartuigen, steigers of palen.
Een boegspriet/kluifhout dient, voor zover mogelijk, te worden ingenomen of getopt. Preekstoel, hekstoel en een gestreken mast mogen niet hinderlijk over de steiger heen steken, dit naar oordeel van de havenmeester of het bestuur.
Elk vaartuig dient te zijn voorzien van toereikende stootwillen.
Bij gebreke van één en ander kan daarin door de havenmeester, op kosten van de betrokkenen, worden voorzien.
2. Bij- of volgboten mogen gedurende het zomerseizoen tijdens aanwezigheid van het hoofdvaartuig worden afgemeerd in de voor het hoofdvaartuig toegewezen box, mits dergelijke boot niet geheel of gedeeltelijk buiten de box steekt. Bij vertrek van het hoofd-vaartuig dient de box volledig te worden vrijgehouden, mits toegestaan door de havenmeeser. Bij- of volgboten mogen niet op het haventerrein worden achtergelaten.
3. De eigenaar of houder van een vaartuig met ingebouwde motor of motor met losse tank is verplicht er zorg voor te dragen, dat zich een in goede staat verkerende en goed snelwerkende blusser, ter bestrijding van brand, aan boord bevindt.
4. Een ieder moet gedogen dat andere vaartuigen, op aanwijzing van de havenmeester naast of tegen het zijne afmeren.
5. Het aanbrengen of voeren van enige reclame, in welke vorm dan ook, is zonder toestemming van het bestuur niet toegestaan.
6. Dekzeilen dienen, in het bijzonder gedurende het winterseizoen, stormvast te zijn bevestigd, goed passend te zijn en van een deugdelijke kwaliteit te zijn vervaardigd.
7.  Vaartuigen, trailers en ander voorwerpen die zich op of in de jachthaven bevinden zonder dat daartoe het recht is verleend, of anders dan waartoe het recht is verleend, kunnen door het bestuur worden verwijderd.
8.Elke ligplaatshouder is verplicht  ter dekking van schade aan derden een toereikende WA-verzekering af te sluiten.
9. Het is verplicht recht van overgang te verschaffen en verboden de toegang tot een vaartuig te blokkeren De schipper is verplicht er voor te zorgen dat het vaartuig, zolang het een ligplaats inneemt, ten genoegen van de havenmeester is vastgemaakt aan de daartoe bestemde ringen of meerpalen, of, ingeval van “stapelen”, aan het naastliggend vaartuig.
 
VERBODSBEPALINGEN
 
Artikel 6.
Het is verboden:
1. in de jachthaven onderhoudswerk of reparaties te verrichten, waarbij hinderlijk geluid of andere overlast wordt veroorzaakt of waarbij temperaturen kunnen optreden, hoog genoeg voor het doen ontstaan van ontploffingen of brand, één en ander ter beoordeling van de havenmeester of het bestuur;
2. metaal te slijpen;
3. aggregaten te laten draaien wanneer daarvan naburige jachten last ondervinden; 4. het doen ten gehore brengen van muziek of gesproken woord door middel van mechanische weergevers met grote geluidssterkte;
5. op het haventerrein te kamperen;
6. op de steigers te fietsen of fietsen te stallen, uitgezonderd de dienstdoende havenmeester;
7. steigers geheel of gedeeltelijk te blokkeren;
8. goederen, in welke vorm dan ook, op steigers en/of op het terrein te laten liggen;
9. vallen hoorbaar tegen de mast te laten slaan of anderszins hinderlijk lawaai of gedrag te veroorzaken;
10. op het haventerrein open vuur aan te leggen of te gebruiken;
11. in de haven:
a. te zwemmen;
b. de plankzeilsport te beoefenen;
c. met motorboten te varen, m.u.v. het in- en uitvaren van de ligplaats;
d. met zeiljachten te zeilen;
e. sneller dan zes kilometer per uur te varen;
12. drinkwater te gebruiken, anders dan voor het vullen van watertanks;
13. huisdieren los te laten lopen of uit te laten op steigers of terreinen;
14. auto's te parkeren, anders dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen;
15. permanent verblijf te houden aan boord m.u.v. de heer J. Soek;
16. zonder schriftelijke toestemming van het bestuur op het haventerrein openlijk waren ter verkoop aan te bieden, tegen betaling diensten aan te bieden of enige werving voor deze doelen te plegen;niettemin is het vasteligplaatshouders toegestaan om hun vaartuig dat een vaste ligplaats in de haven heeft, aldaar ter verkoop aan te bieden; daartoe mag het betreffende vaartuig worden voorzien van een bescheiden tekst met informatief karakter;
17. voor de passant beroepsvaart is het niet toegestaan, behoudens met toestemming van de havenmeester, het vaartuig langer dan 24 uur aanéén onbeheerd achter te laten.
 
SPECIFIEKE MILIEUBEPALINGEN
 
Artikel 7.
Het is verboden:
1. in de jachthaven onderwatertoiletten te gebruiken;
2. stoffen in het water of op het terrein van de jachthaven te lozen of te brengen, zowel waar het betreft brandstoffen, oliën, vetten, bilgewater en dergelijke als huishoudelijk afval, de inhoud van chemische toiletten en andere stoffen die het milieu kunnen verontreinigen; hieronder valt het gebruik van een ontvetter zoals een afwasmiddel teneinde brandstof die tijdens het tanken in het water is gekomen op te lossen;
3. stoffen als onder 2. omschreven elders te deponeren of af te geven dan op de daarvoor bestemde plaats in de jachthaven; ontbreekt die mogelijkheid dan blijft men zelf verantwoordelijk voor een goede milieuvriendelijke afvoer van deze stoffen. Het kan kan ingeleverd worden bij het milieudepot van de gemeente Vlieland.
4. schepen elders af te spuiten dan op de daarvoor bestemde locatie;
5. onderhoud of andere activiteiten te plegen binnen de jachthaven zonder afdoende bescherming tegen water- en bodemverontreiniging. Hieronder valt ook het gebruik van welk reinigingsmiddel dan ook voor het reinigen van het vaartuig, indien dit middel op het water wordt of kan worden geloosd;
6. automatisch werkende bilgewaterpompen in de haven stand-by te laten staan.
7. Huishoudelijk- en ander chemisch niet verontreinigd scheepsafval in de anders dan daarvoor bestemde containers te deponeren; het achterlaten/deponeren van grof vuil is slechts toegestaan in overleg met de havenmeester.
8. Afgewerkte olie, olie- en brandstoffilters, brandbare stoffen, verfblikken met verfresten en batterijen dienen te worden gedeponeerd bij het milieudepot van de gemeente Vlieland.
9. Bilgewater dient door middel van de daarvoor bestemde bilgewaterpomp te worden opgeslagen en afgevoerd.
10. Gedurende de stalling op de wal dient de bodem onder/rond het vaartuig vrij te worden gehouden van verontreiniging met chemische stoffen (verfresten, polyesterschilfers, anti-fouling); de bodem dient daartoe gedurende werkzaamheden, die daartoe aanleiding geven, te worden afgedekt met folie of een kleed.

BEPALINGEN PASSANTEN
 
Artikel 8.
1. Een ieder die, anders dan als vaste ligplaatshouder, met een vaartuig de jachthaven bezoekt, dient zich bij de eerste gelegenheid op het havenkantoor te melden en te betalen.
2. Op de dag van zijn vertrek dient de passant zijn ligplaats vóór 16.00 uur te verlaten. Indien hij daartoe niet in staat is wordt een extra nacht liggeld in rekening gebracht.
3. Voor passanten wordt een vierkante meter tarief in rekening gebracht. Het liggeld dient bij aankomst doch uiterlijk op de dag van vertrek te worden voldaan bij het havenkantoor.
4. het liggeld is inclusief stroom en exclusief water.
5. bij het niet kunnen melden, dient het verschuldigde havengeld per envelop betaald te worden.
 
BEPALINGEN VASTE LIGPLAATSHOUDERS; PLEZIERVAARTUIGEN
 
Artikel 9.
1. Ligplaatsen voor vaste ligplaatshouders worden uitsluitend uitgegeven aan leden van de watersportvereniging Vlielandia.
2. Verdere basiscriteria voor toekenning van een vaste ligplaats:
a. Het vaartuig is in volledige eigendom van de aanvrager.
b. De aanvrager is minimaal 6 maanden, overeenkomstig de huisvestingsverordening van de gemeente Vlieland, woonachtig op Vlieland.
c. Het vaartuig mag niet langer zijn dan 15 meter.
3. Het bestuur is bevoegd om af te wijken van de gestelde criteria en dus een aanvraag af te wijzen dan wel toe te kennen.
4. Bij verandering van de basiscriteria is het bestuur bevoegd de vaste ligplaats in te trekken. Het vaartuig wordt dan als passant beschouwd en derhalve wordt er een passantentarief gehanteerd.  
5. Bij nieuwe aanvragen ligt het vaartuig tegen het passantentarief totdat het bestuur de toewijzing van de vaste ligplaats heeft geaccordeerd.
6. Ieder lid van Vlielandia komt in aanmerking voor niet meer dan één ligplaats.
7. De toewijzing geschiedt door het bestuur aan de hand van de basiscriteria, de beschikbare ruimte, de afmetingen van de boxen en de daarin passende vaartuigen.
8. Indien geen geschikte box dan wel bij een overschrijding van de toegestane hoeveelheid vaste ligplaatsen kan de aanvrager op een wachtlijst worden geplaatst.
9. Elke vaste ligplaatshouder is gehouden bij vermoedelijke afwezigheid van meer dan vierentwintig uur, de datum van vertrek en die van vermoedelijke aankomst, te melden bij de havenmeester.
10. Elke vaste ligplaatshouder moet gedogen dat gedurende de periode dat zijn vaartuig de toegewezen ligplaats verlaat, de ligplaats tijdelijk aan derden in gebruik wordt toegewezen; de door de passant verschuldigde gelden komen toe aan- en worden geïnd door de SAV.
11. Het is niet toegestaan de toegewezen ligplaats te voorzien van permanente of semipermanente uitrustingen, constructies of toevoegingen of daaraan anderszins enige wijziging of beschadiging aan te brengen.
12. Het liggeld voor de vaste ligplaatshouder wordt aan het begin van het kalenderjaar voor het gehele jaar geïnd. Een nieuwe ligplaatshouder betaalt een recht evenredig deel van het jaar, ingaande vanaf de 1e dag van de betreffende maand.
13. Indien de vaste ligplaats wordt ontnomen dan wel wordt vrijgegeven aan de stichting kan na 1 juli van het lopende jaar geen restitutie van de liggelden worden verleend.
14. De vaste ligplaatshouder mag zijn vaartuig of ligplaats niet aan derden onderverhuren.
15. Het is verboden, behoudens toestemming van de SAV, in het vaartuig te overnachten dan wel dit vaartuig als woon- en/of verblijfplaats te kiezen.
Overtreding van dit in artikel genoemde verboden geeft de SAV het recht de overtreder de toegang tot de haven, de bijbehorende terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen te ontzeggen.
 
VERVAL VAN VASTE LIGPLAATSEN; PLEZIERVAARTUIGEN
 
Artikel 10.
1. Bij verkoop van het pleziervaartuig vervalt de ligplaats aan de SAV, tenzij de betreffende ligplaatshouder de ligplaats wenst te gebruiken voor een ander hem in eigendom behorend vaartuig, en de afmetingen daarvan niet groter zijn dan het oorspronkelijke en mits het vervangende vaartuig ook overigens voldoet aan de eisen van dit reglement.
2. Het recht op een ligplaats vervalt voorts:
a. indien de vaste ligplaatshouder niet meer voldoet aan de basiscriteria onder artikel 9 lid 2 genoemde eisen.
b. indien de betreffende ligplaatshouder niet binnen de daartoe bij schriftelijke aanmaning gestelde termijn, zijn liggeld of andere aan de stichting verschuldigde betalingen heeft voldaan;
c. indien een vaartuig naar het oordeel van het bestuur in verwaarloosde toestand verkeert en die toestand binnen één maand na daartoe schriftelijk te zijn gewaarschuwd, naar het oordeel van het bestuur niet voldoende is gewijzigd;
d. indien de betreffende ligplaatshouder, nadat hij daartoe schriftelijk is aangemaand, gedurende de daarbij gestelde termijn, anderszins in gebreke blijft in de nakoming van enige verplichting.
3. In alle gevallen waarin het recht op een ligplaats vervalt, is het bestuur bevoegd het betreffende vaartuig op kosten van betrokkenen te doen verwijderen.
 
BEPALINGEN VASTE LIGPLAATSHOUDERS; BEROEPSVAARTUIGEN
 
Artikel 11.
1. Een ieder welke bedrijfsmatig gevestigd is in de gemeente Vlieland (zoals ingeschreven bij de KvK) een nautische commerciële activiteit verricht en een vaste ligplaatshouder is.
2. Verdere basiscriteria voor toekenning van een vaste ligplaats:
a. Het beroepsvaartuig is in volledige eigendom van de aanvrager.
b. De aanvrager is minimaal 6 maanden, overeenkomstig de huisvestingsverordening van de gemeente Vlieland, woonachtig op Vlieland.
c. Het vaartuig mag niet langer zijn dan 15 meter.
3. Het bestuur is bevoegd om af te wijken van de gestelde criteria en dus een aanvraag af te wijzen dan wel toe te kennen.
4. Bij verandering van de basiscriteria is het bestuur bevoegd de vaste ligplaats in te trekken. Het vaartuig wordt dan als passant beschouwd en wordt derhalve een passantentarief gehanteerd.
5. Bij nieuwe aanvragen ligt het vaartuig tegen het passantentarief totdat het bestuur de toewijzing van de vaste ligplaats heeft geaccordeerd.
6. Ieder lid van Vlielandia komt in aanmerking voor niet meer dan één ligplaats.
7. De toewijzing geschiedt door het bestuur aan de hand van de basiscriteria, de beschikbare ruimte, de afmetingen van de boxen en de daarin passende vaartuigen.
8. Indien geen geschikte box dan wel bij een overschrijding van de toegestane hoeveelheid vaste ligplaatsen kan de aanvrager op een wachtlijst worden geplaatst.
9. Elke vaste ligplaatshouder is gehouden bij vermoedelijke afwezigheid van meer dan vierentwintig uur, de datum van vertrek en die van vermoedelijke aankomst, te melden.
10. Elke vaste ligplaatshouder moet gedogen dat gedurende de periode dat zijn vaartuig de toegewezen ligplaats verlaat, de ligplaats tijdelijk aan derden in gebruik wordt toegewezen; de door de passant verschuldigde gelden komen toe aan- en worden geïnd door de SAV.
11. Het is niet toegestaan de toegewezen ligplaats te voorzien van permanente of semipermanente uitrustingen, constructies of toevoegingen of daaraan anderszins enige wijziging of beschadiging aan te brengen.
12. Het liggeld voor de vaste ligplaatshouder wordt aan het begin van het kalenderjaar voor het gehele jaar geïnd. Een nieuwe ligplaatshouder betaalt een recht evenredig deel van het jaar, ingaande vanaf de 1e dag van de betreffende maand.
13. Indien de vaste ligplaats wordt ontnomen dan wel wordt vrijgegeven aan de stichting kan na 1 juli van het lopende jaar geen restitutie van de liggelden worden verleend.
14. De vaste ligplaatshouder mag zijn vaartuig of ligplaats niet aan derden onderverhuren.
15. Het is verboden, behoudens toestemming van de SAV, in het vaartuig te overnachten dan wel dit vaartuig als woon- en/of verblijfplaats te kiezen.
Overtreding van dit in artikel genoemde verboden geeft de stichting het recht de overtreder de toegang tot de haven, de bijbehorende terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen te ontzeggen.
De beroepskade/werkhaven is bestemd voor;

- lengte 25 meter maximaal 1 boot
- lengte 20 meter maximaal 2 boten
- lengte 30 meter maximaal 1 boot
Het bestuur bepaalt welke schepen een vaste ligplaats-beroepsvaartuig hebben. Elk nieuw verzoek wordt door het bestuur beoordeeld.

 
VERVAL VAN VASTE LIGPLAATSEN; BEROEPSVAARTUIGEN
 
Artikel 10.
1. Bij verkoop van het beroepsvaartuig vervalt de ligplaats aan de SAV, tenzij de betreffende ligplaatshouder de ligplaats wenst te gebruiken voor een ander hem in eigendom behorend vaartuig, en de afmetingen daarvan niet groter zijn dan het oorspronkelijke en mits het vervangende vaartuig ook overigens voldoet aan de eisen van dit reglement.
2. Het recht op een ligplaats vervalt voorts:
a. indien de vaste ligplaatshouder niet meer voldoet aan de basiscriteria onder artikel 11 lid 1-2 genoemde eisen.
b. indien de betreffende ligplaatshouder niet binnen de daartoe bij schriftelijke aanmaning gestelde termijn, zijn liggeld of andere aan de stichting verschuldigde betalingen heeft voldaan;
c. indien een vaartuig naar het oordeel van het bestuur in verwaarloosde toestand verkeert en die toestand binnen één maand na daartoe schriftelijk te zijn gewaarschuwd, naar het oordeel van het bestuur niet voldoende is gewijzigd;
d. indien de betreffende ligplaatshouder, nadat hij daartoe schriftelijk is aangemaand, gedurende de daarbij gestelde termijn, anderszins in gebreke blijft in de nakoming van enige verplichting.
3. In alle gevallen waarin het recht op een ligplaats vervalt, is het bestuur bevoegd het betreffende vaartuig op kosten van betrokkenen te doen verwijderen.
 
SLOTBEPALING
 
Artikel 12.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Aldus vastgesteld door het bestuur op 22 mei 2014.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Havenreglement
Mei 2014?blz 7

 

Een frisse wind is door de havenwinkel gegaan.

Een nieuwe eigenaar en een nieuwe naam: ’t Havenpunt. De nieuwe eigenar...

Lees meer

Nieuwe website online!

JHN Creatives uit Drachten heeft voor ons onze nieuwe website ontwikkeld. Dez...

Lees meer
Meer nieuws

LEUK IN DE HAVEN